D-star handleiding

Uit d-star-nederland
Ga naar: navigatie, zoeken

Dit is een pagina in ontwikkeling. Wordt vervolgd..


D-STAR is een protocol voor de digitale transmissie van spraak en data in amateur radio. Een beschrijving van het protocol en zijn geschiedenis is te vinden op D-STAR. Op deze pagina wordt het praktische gebruik van D-STAR behandeld.


Inhoud

Basics

Net als in elke andere mode, zijn er verschillende manieren om D-STAR verbindingen te maken. Voordat we naar D-STAR gaan een kleine excursie in de wereld van de telecommunicatie:


Routing in het telefoonnetwerk

Iedereen - nou ja, bijna iedereen - kent het telefoonnetwerk. Hier heeft elke deelnemer een lokaal telefoonnummer. Echter dit nummer alleen is niet altijd voldoende om alle deelnemers bereiken. Daarom is het lokale netnummer en landcodes uitgevonden. Een complete telefoonnummer ziet er bijv. als volgt uit:

  • 0031 6789 54321 <- internationaal (0031 of +31 voor NL)
    • 06789 54321 <- nationaal (met 0 voor het netnummer)
      • 54321 <- lokaal

Als je in hetzelfde lokale netwerk bent, hoef je niet alle route informatie, zoals internationaal en nationaal te gebruiken. Alleen het lokale nummer is nodig. Dit is dan net zoiets als een simplex verbinding. Als je niet in het lokale netwerk bent moet je nationaal of eventueel internationaal toevoegen. Geef je de informatie verkeerd in dan krijg je "Verkeerd verbonden", "Dit nummer is niet bekend", of iets dergelijks.

Routing met D-STAR

In de amateurradio wereld heeft elke deelnemer zijn roepnaam. Met die roepnaam roep je in simplex verkeer gewoon mijn gesprekspartner op. Dit is in D-star in simplex mode niet anders. Het is voor simplex mode niet nodig om de roepnaam in de set te programmeren maar het is beter dit wel te doen, zodat het tegenstation deze roepnaam ook in zijn display ziet.

Een D-Star repeater bestaat in de regel uit een tot vier radio-modules (2m, 70cm, 23cm en eventueel 23cm data) en een gateway computer verbonden met het internet. Deze modules worden met letters aangeduid: C voor 2m, B voor 70cm, A voor 23cm (23cm spraak DV en data DD) en G voor de gateway. Bij Icom repeaters is er ook nog de repeatercontroller, die min of meer verborgen is voor de gebruiker. Deze wordt hier alleen voor de volledigheid vermeld.

Volgens het D-Star protocol moet een roepnaam uit acht tekens bestaan. Als voorbeeld PA0ABC op 70cm zijn dit zes tekens voor PA0ABC plus een spatie en de letter B. Is de roepnaam korter dan moet dit aangevuld worden met spaties. Voor de betere leesbaarheid wordt verder in dit artikel de _ gebruikt om een spatie aan te geven. Dus PA0ABC_B. Deze underscore mag niet in de zend/ontvanger ingevoerd worden, maar moet in plaats daarvan een spatie ingevoerd worden.

D-STAR Repeater

Voor een repeater hebben we verschillende mogelijkheden, afhankelijk hoe de repeater samengesteld is, (Icom of zelfbouw), met of zonder gateway, een of meerdere frequenties. Alleen 2m, of meer frequenties, bijvoorbeeld 2m en 70cm, ter beschikking.

Lokaal Repeatergebruik

In het voorbeeld wordt de Repeater DB0HRF, op de Feldberg in de Taunus, met 70cm (DB0HRF B), 23cm (DB0HRF A (DV en DD) en Gateway (DB0HRF G). Wil DA1AAA DB2BBB op 70 cm oproepen, dan moet hij de volgende parameters in zijn set ingeven:

Lokale aanroep op 70cm
bij DA1AAA 12345678 <---> bij DB2BBB 12345678
UrCall: CQCQCQ__ UrCall: CQCQCQ__
Rpt1: DB0HRF_B Rpt1: DB0HRF_B
Rpt2: DB0HRF_G Rpt2: DB0HRF_G
MyCall: DA1AAA__ MyCall: DB2BBB__


Sommigen zullen zich afvragen waarom de Gateway en RPT2 zijn ingevoerd, terwijl er alleen lokaal gewerkt wordt en waarom in de UrCall niet DB2BBB maar CQCQCQ staat. In feite hoeft er voor een lokale verbinding geen van beide ingevoerd te worden. Echter als de repeater via de gateway gekoppeld is, of een andere amateur via een Dongle, dan kunnen deze de uitzending alleen horen als de RPT1 en RPT2 ingevuld zijn en de UrCall op CQCQCQ staat. Doet men dit niet dan zou een aangekoppelde amateur denken dat de repeater vrij is en zou er snel een chaos kunnen ontstaan. Daarom is het verstandig om de standaardinstelling voor het bovenstaande voorbeeld in een geheugen van de set te programmeren zodat deze snel opgeroepen kan worden.

Crossband Repeater

Heeft een repeater meerdere modules, dan kan er van module naar module gewerkt worden. Is nu in ons voorbeel DA1AAA op 70 cm en DB2BBB op 23 cm, dan zien de instellingen van beiden er als volgt uit:

Crossband von 70cm naar 23cm
bij DA1AAA 12345678 <---> bij DB2BBB 12345678
UrCall: CQCQCQ__ UrCall: CQCQCQ__
Rpt1: DB0HRF_B Rpt1: DB0HRF_A
Rpt2: DB0HRF_A Rpt2: DB0HRF_B
MyCall: DA1AAA__ MyCall: DB2BBB__

De repeatercontroller (Bij Icom systemen) zorgt er nu voor dat de data van DA1AAA, die op de 70cm module ontvangen worden, naar de 23cm module gestuurd worden en aldaar uitgezonden worden. Omgekeerd wordt de 23cm uitzending van DB2BBB naar 70cm geleid. De gateway-computer is niet betrokken bij deze verbinding.

Verbindingen via een Gateway

Het grote voordeel van D-Star is de mogelijkheid om via een gateway wereldwijde verbindingen te maken. Hiervoor zijn de verschillende mogelijkheden beschikbaar:

Callsign-routing naar een bepaalde amateur. <--- D-Star standaard, hiervoor moet je geregistreerd zijn. (*)
Callsign-routing naar een bepaalde repeater. <--- D-Star standaard, hiervoor moet je geregistreerd zijn. (*)
Multicast groepsoproep over meerdere repeaters. <--- D-Star standaard.
CQ-oproep via Dplus over een andere repeater. <--- Uitbreiding Dplus.
Conferentie over Dplus reflectoren. <--- Uitbreiding Dplus.
Conferentie over Dxtra reflectoren. <--- Uitbreiding Dxtra.

Al deze verschillende mogelijkheden zijn gelijktijdig te gebruiken. Helaas leidt dit vaak tot chaos. Dplus en Dxtra zijn in de regel niet gelijktijdig beschikbaar, alhoewel zijn er wel systemen waar men hiertussen kan schakelen.

Het is de auteur echter niet bekend of dit klopt. Het is van via via. Dus iemand die hier iets meer over kan vertellen is uitgenodigd om dit aan te passen.

De originele D-star standaard kon alleen overweg met de eerste drie mogelijkheden en als men deze vermengd met de Dplus/Dxtra uitbreidingen komt het snel tot onduidelijkheden. Vaak is het voldoende om tijdens het CQ geven of een beaald station aan te roepen, ook te vermelden via welk syteem met de aanroep doet. Het is wel niet hetzelfde, maar kan vergeleken worden met het CQ geven op de 20m band. Op 20m geef je ook op de volgende manier CQ: "CQ 20m, CQ 20m, hier is PA0AAA". Het is niet hetzelfde maar kan wel een boel misverstanden voorkomen.

(*) In het US-trust net is hiervoor een eenmalige registratie benodigd. Hierbij geef je de standaard terminal op. Of je voor een Multicast groepsoproep ook geregistreerd moet zijn is niet helemaal duidelijk.

Callsign-Routing direkt

In dit voorbeeld wil DA1AAA contact opnemen met DB2BBB, maar weet niet waar DB2BBB is. Het D-star syteem heeft dit opgeslagen, want iedere keer dat DB2BBB zijn PTT ingedrukt heeft, slaat het systeem via verschillende manieren de zogenaamde LastHeard informatie op. Voor dit voorbeeld nemen we aan dat DB2BBB naar Fulda gereden is en daar via DB0WK, op 70cm QRV is. (Iets wat DA1AAA niet weet, of weten moet)

De instellingen:

Callsign-Routing oproep direct
bij DA1AAA 12345678 <---> bij DB2BBB 12345678
UrCall: DB2BBB__ UrCall: DA1AAA__
Rpt1: DB0HRF_B Rpt1: DB0WK__B
Rpt2: DB0HRF_G Rpt2: DB0WK__G
MyCall: DA1AAA__ MyCall: DB2BBB__

De gateway DB0HRF "kijkt" nu in zijn database na waar DB2BBB het laatst gehoord is en stelt vast dat DB2BBB het laatst op DB0WK__B gehoord is. DB0HRF zend nu de pakketjes via het internet naar DB0WK__G die het op zijn beurt via DB0WK__B uitzendt. Hoort DB2BBB nu de oproep, dan moet hij de roepnaam van DA1AAA opvangen. Hiervoor hebben de meeste D-star zend/ontvangers een RX-CS functie. Met deze toets, of menufunctie, haalt DB2BBB de roepnaam van DA1AAA binnen en zet deze in het Urcall veld. Hij kan nu de aanroeper beantwoorden en het contact is gelegd.

DA1AAA moet in dit geval op de volgende manier roepen: "DB2BBB DB2BBB hier roept DA1AAA via DB0HRF B". Als er op deze manier een oproep wordt gedaan, weet DB2BBB, dat hij de RX-CS functie moet gebruiken, zodat zijn antwoord bij DA1AAA terecht komt. Bij de IC-92 zit deze toets rechts onder. Drukt men deze toets enige seconden in dan wordt de laatst gehoorde roepnaam (Received Callsign = RX-CS) in het Urcall-veld gezet. Als je met een hand de toets ingerukt houdt, kan je met de kanaalkiezer door de lijst met laatst gehoorde roepnamen bladeren en er een uitkiezen.

Callsign-Routing via repeaters

Je kan ook gericht op een bepaalde repeater CQ roepen. Hiervoor moet je de roepnaam en de bandmodule (B, C, enz.) adresseren. Nemen we aan dat DB1AAA roept over DB0HRF 70cm en zoekt verbinding met Munchen, DB0TVM 70cm. Verder nemen we aan dat DB2BBB in Munchen is en antwoord geeft op de CQ-oproep:

Callsign-Routing Repeater CQ-oproep
bij DA1AAA 12345678 <---> bij DB2BBB 12345678
UrCall: /DB0TVMB UrCall: DA1AAA__
Rpt1: DB0HRF_B Rpt1: DB0TVM_B
Rpt2: DB0HRF_G Rpt2: DB0TVM_G
MyCall: DA1AAA__ MyCall: DB2BBB__


Amateur DA1AAA zet /DB0TVMB in het bestemmingsadres (UrCall). Hier vervalt de spatie tussen DB0TVM en de "B" weg omdat volgens de D-star standaard het adresveld maar 8 tekens groot is. Teken een van het UrCall veld is een / (schuine streep), zodat de gateway kan zien: Let op, nu moet ik een repeater roepen en daarom volgt er zonder spatie de "B" voor de 70cm module van de repeater. Alle uitzendingen van DA1AAA worden nu naar de repeater in Munchen gestuurd.

De QSO partner DB1BBB moet nu weer de RX-CS van zijn set gebruiken om DA1AAA in het UrCall te kopieren. Het terugzenden werkt op dezelfde manier als bij de direkte Callsign-routing, zoals in het stukje hierboven beschreven is. De uitzendingen van DA1AAA worden omgeleid naar de repeater waar DA1AAA het laatst gehoord werd. Natuurlijk kan DB1BBB ook de repeater, /DB0HRFB in dit geval, rechtstreeks instellen en opslaan in zijn set. Op deze manier kan hij snel weer een CQ-oproep richting Taunus doen.

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Hulpmiddelen